Posts tonen met het label kort verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kort verhaal. Alle posts tonen

donderdag 17 juli 2025

'Witte ballonnen'


70#2025 Witte ballonnen - Anya Niewierra
Dit is wat ik noem een knap kort verhaal. In de Camino was er al een link met Srebrenica, die wordt hier uitgewerkt in een ontmoeting met nasleep die alle wrangheid van een oorlog op een schokkende manier laat uitkomen.

Een kort verhaal van Hebban Thrillerprijs-winnaar Anya Niewierra. een toevallige ontmoeting bij het Genocide Memorial in Srebrenica heeft dramatische gevolgen voor Odin en Leila. 12 juli 2020: de Nederlandse Odin maakt tijdens een rondreis door Bosnië een stop in Srebrenica. Hier werd hij op 12 juli 1995 op de compound van Dutchbat geboren en te vondeling gelegd. Een dag eerder waren tienduizenden moslims naar de VN-basis gevlucht op zoek naar bescherming tegen de oprukkende Bosnische Serviërs. Vergeefs. Bij het Genocide Memorial maakt Odin kennis met de Bosnische Leila, die als tiener de val van Srebrenica meemaakte en als enige van haar familie de oorlog overleefde. Hun toevallige ontmoeting heeft dramatische gevolgen…



dinsdag 28 juni 2022

Holodomor

Lopend in de gruwelijke stank in de zomerzon, machteloos
Ik wil niet kijken, dus ik loop snel door. De honger knaagt aan mijn lijf, er is niets meer.
Geen graan, geen echt voedsel, geen mannen. Wie begraaft wie.
Nee, dit kan niet, ik mag mijn ogen er niet voor sluiten. Het zijn er teveel.
Thuis wacht er niemand meer, het maakt allemaal niets meer uit. Wie overleeft dit nog.
We zouden alleen nog kunnen kiezen waardig te sterven en onze doden begraven.
“Hé buurvrouw”
Zij wil niet kijken, maar blijf haar aanroepen.
“Buurvrouw, we moeten iets. Gaat je mee, samen kunnen we meer vrouwen vragen te helpen”
“Ik ben te zwak buur”, zegt ze terwijl ze wegduikt in haar donkere sjaal
“Maar dit kan niet, we kunnen meer dan we denken”
We lopen nu samen verder langs de doden, er liggen er velen.
We spreken meer vrouwen aan. Er lopen alleen nog oude vrouwen op straat. 
Sterk omdat we gewend zijn aan ontberingen en weinig voedsel.
De tsaar of Stalin, maakt weinig uit voor de armen.
Ik roep ze allemaal aan, tot we een groep hebben. We verzamelen met moeite de doden.
Ik probeer daarbij aanwijzingen te geven. Hen aanraken kan ik zo vermijden evenals de stank die vrijkomt bij het meeslepen van de lichamen.
Op een kaal stuk land in de buurt komen we samen en graven met resten hout en blote handen. 
Het duurt lang om met oude moede lijven een greppel te graven.
Maar onze waardigheid en trots gebieden ons onze doden een graf te geven.
We vinden bovendien dat de stank anders niet te harden is.

© Hannie Stork

woensdag 21 april 2021

Een kopje thee

 

Een kopje thee

Op de thee bij zijn opa en diens vriendin wilde de jongeman het graag hebben over studeren.
Hij vroeg zich af of wanneer je een vakgebied koos dat vak ook de rest van je leven zou uitoefenen.
Nu had mijn partner, de opa in kwestie, zijn Hbo-niveau bij elkaar gestudeerd in de avonduren als ook ikzelf, al werkende. Wij vertelde hem graag dat alleen al het waarop je na een studie terecht kwam alle verschil kon uitmaken. Ja natuurlijk kun je gaan doen waarvoor je een studie hebt gedaan, en ja natuurlijk kon je er nog verder mee komen door bij te leren of specialisatie.
Maar met de studies die de kleinzoon noemde: psychologie, didactiek of pedagogiek wisten wij dat je daarmee in heel andere beroepsgroepen terecht kon komen. 
Dat was een eye-opener voor hem. 
De bottom line voor hem was toch hoeveel verdiende je met zo’n beroep. Hij dacht dat voor hem het belangrijkste was dat hij een baan kon krijgen waarmee hij genoeg verdiende voor een huis en een gezin.
Dat geld was wel een dingetje bleek uit de manier waarop hij dit vertelde. 
Ik herinner mij dat ik en zijn opa ook dat wij ergens inrolde eind jaren ’60 nadat we niet geslaagd waren met onze eerste studiekeuze en verder rolde op de arbeidsmarkt, soms zelfs wat ongestructureerd, omdat er genoeg werk was. 
Niemand had ‘geld’ dus werd dat pas belangrijk toen we een gezin gingen vormen.
Er kwam meer lijn in, maar we wilden ook leuk werk en gingen dan daarbij leren.
Dat iedereen als dat kon het beste aan het leren zou moeten blijven om verder te komen gaven wij hem ook nog mee.
Het was wat veel, maar volgens mij ging hij toch deels tevreden naar huis. 
Hij had veel van dit soort gesprekken in zijn omgeving zei hij nog bij het weggaan.
Daarna hoorden we een heel groot tijdje niets, maar we waren wal benieuwd naar zijn uiteindelijke studiekeuze.
Rond het eindexamen wat later hoorde we dat hij Engels ging ‘doen’ op HBO nivo en dat hij eerst met vakantie naar Japan wilde. Dat ging wat lastig in tijden van corona. 
Maar; als hij klaar was ging hij naar Japan om daar Engelse les te geven.
Van ons mag hij, als hij er maar wel genoegen aan beleefd.
En het loopt uiteindelijk toch altijd net even anders!

©Hannie Stork


zaterdag 27 maart 2021

Een corona-gesprek

 

Cremeren of begraven

Op mijn dagelijkse loopje naar de supermarkt, je moet er tenslotte even uit in coronatijd, werd ik ingehaald door een buur uit de flat. Op gepaste afstand naast mij voegde ze zich naar mijn snelheid en begon met : Cremeren of begraven?
Ik vond dat een diepe, mijn keus was al gemaakt, maar waar kwam deze vraag zo opeens vandaan? Hoezo, cremeren of begraven, is er iemand ziek of stervend dat die vraag naar boven komt? Dat laatste vroeg ik dan ook.
“Nou, nee, maar ik dacht vanochtend wat zou ik willen als ik ben gestorven en ik kom er niet uit. Dus ik dacht ik vraag het eens aan de mensen om mij heen. Wat zij als keus hebben. Misschien wordt het dan makkelijker om zelf een keus te maken”
“En; krijg je gemakkelijk antwoord van degene die je dat vraagt”
“Nou nee, maar als je niets vraagt kom je niks te weten”
We liepen wat verder zonder woorden. “Ik kies voor cremeren zei ik toen. Opgeruimd staat netjes. De as wordt verstrooid en daarmee bemest je meteen de aarde”
Naast me was het weer even stil.
Maar, gaf ze toen terug; “Als je begraven wordt dan kunnen je nabestaanden naar het graf”
Ik vond dat niets toevoegen zei ik, maar ieder het zijne.
“Maar als je nu echt kon kiezen vroeg ze uiteindelijk”
Ik verbaasde mezelf met het antwoord dat er uit kwam.
“Dan liet ik me in een linnen zak in een gevlochten mand in het bos begraven. Dan gebruik je ook geen brandstof voor de crematie en verdwijn je als voedsel voor insecten en zo”
We waren bijna bij de winkel, maar het gesprek was nog niet af.
We stonden stil, op gepaste corona-afstand en draaide ons naar elkaar toe.
De buur keek heel nadenkend en vroeg mij toen: 
“Waarom zei je dan eerst voor cremeren te kiezen?”
“Dat weet ik niet, die keus had ik al lang geleden gemaakt, maar nu je mij het echt vraagt zou ik liever voor de gevlochten mand gaan. Ik weet dat het tegenwoordig mag, maar zou niet weten wie dat voor je kan regelen. Vast geen gewone begrafenisondernemer”
Erg goed kende ik deze buurvrouw niet, maar ze keek me recht aan en zei: “Als ik jou was zou ik het gewoon uitzoeken en ervoor gaan. Maar die keuze betekend eigenlijk dat je toch voor begraven gaat”
Ze knikte en liep voor me uit, zette haar mondkapje op en liep de winkel in.
Ik vraag me nog steeds af welke keuze zij nou heeft gemaakt.

©Hannie Stork




donderdag 10 december 2020

Insluipen


Insluipen

Ze sloop ’s nachts het huis in om 3.45 uur. Ze was er goed in – stil binnenkomen.
Haar bromfiets uit op de hoek en voor de schuur laten staan.
Deur open en stil de trap op. Slot niet laten klikken en geen tree laten kraken.
Halverwege stond ze even stil om naar het huis te luisteren. Er was nergens een licht aan.
Haar jas al uit om op te hangen op de overloop en door naar de kamer.
Daar de schoenen uit en dan naar de wc, geen licht aan, niet doortrekken.
Diep ademhalen en de slaapkamer in van haar ouders. Diepe rust. Nog een keer ademhalen en de ladder op naar zolder. Langzaam en stil. Het luik was dicht. Met veel beleid kon dat zachtjes open. Boven; omdraaien en langzaam tegen de wand laten zakken en doorlopen.
Opnieuw omdraaien, luik laten zakken.
Haar twee zusjes sliepen rustig verder. Dan de klemmende deur naar haar eigen hok openen en achter haar weer sluiten. Diepe zucht, uitkleden en het bed in.

En weer wist niemand hoe laat zij thuis gekomen was.


zaterdag 21 november 2020

Keuze


 Keuze

Ja, het moest er maar van eens van komen. Een kat voor het gemak.
Geen kitten, maar een volwassen kater uit het asiel. Planmatige aanpak nu, dus eerst naar de dierenwinkel. Een kattenbak, grit, voer en een transportbox. Een kattenuitzet.
Op mijn vrije dag met de bus naar het asiel aan de Polderweg. Vooraf had ik bedacht wat ik voor kater wilde, een rode die Castro zou gaan heten of een grijze die de naam Zeno was toebedeelt.
Er was veel keus, maar niet de mijne. Ik had mij voorgenomen weer naar huis te gaan als ik niet zou slagen. Iedere veertien dagen waren er tenslotte weer nieuwe om uit te kiezen.
Ik had de deurkruk al in mijn hand.
“Heeft u de kat in het hok achter de deur al gezien?” zei het meisje van het asiel en deed meteen achter de deur het deurtje van het hok daar open zodat wij kennis konden maken.
Het was een hij en hij was zwart. ‘Oh nee!’, dacht ik.
Niet bang, wel voorzichtig kwam hij naar buiten en wij maakten kennis.
Tsja, wat nu. Hij was niet wat ik op het oog had toen ik hierheen kwam, maar ik heb ook maar een klein hartje en hem niet accepteren was eigenlijk geen optie.
Het meisje kwam terug en prees hem aan en zei te zien dat er al een band was ontstaan, die er toen(nog) niet was.
Ik zwichtte en nam hem mee. Hij had een onmogelijke naam gekregen als aanlopertje bij het politiebureau. ‘Bonnie’ vreselijk!
Hij zat op een handdoek in de draagbox bij mij op schoot in de bus. Nu moest ik hem een nieuwe naam geven, anders zou deze zwarte weer Droppie (eerdere kat) of  Moortje gaan heten. Maar ja, het was geen Castro of Zeno. Wat nu?
Bijna thuis viel me in dat mijn eerste hond Adam heette. De naam die daar wel bij kon horen was Abel. Abel was dus een goede naam voor deze kat, logisch nietwaar?
Het meisje had nog zo gewaarschuwd dat hij schuw kon zijn en drie dagen onder de kast kon gaan zitten en niets van mij moest weten in het begin.
’s Avonds tegen tien uur lag meneer spinnend in mijn linkerarm, kop op mijn schouder.

Voor hem was het duidelijk, hij was thuis!


vrijdag 20 november 2020

'De held'

110#2020
Lee Child - De held
Dit is geen boek, maar een artikel van circa 40 pagina's over archetypen van helden en de evolutie van het verhalen vertellen en de opbouw van verhalen over helden.
'Van het stenen tijdperk tot de Griekse tragedies en van Shakespeare tot Robin Hood: Child neemt je mee langs alle grote helden – inclusief zijn eigen held, Jack Reacher'
Valt dus hartstikke tegen. 

In zijn eerste non-fictie-uitgave onderzoekt Lee Child, auteur van de wereldwijd succesvolle Jack Reacher-serie, het belang en het doorzettingsvermogen van helden. Child laat ons niet alleen zien dat deze eeuwenoude mythen een fundamenteel onderdeel zijn van onze mensheid, maar dat onze wereld er nog steeds door beïnvloed en gevormd wordt – juist in een tijd waarin we dat meer nodig hebben dan ooit.



zondag 12 juli 2020

Seriedromen


---------waar ben ik nu-------deze man, daar ben ik ooit verliefd op geweest---hoe kom ik hier-
Rondkijkend in de ruimte is het nu de kroeg waar ik vroeger veel kwam, maar vertaald naar het nu. Het voelt als thuiskomen en iedereen is er, nieuwe en oude vrienden en rare personages. De bitterzoete gevoelens die mij besluipen maken me kwetsbaar. Ik weet niet hoe ik moet reageren. Hij reageert op mij zoals ik toen had gewild, maar wat niet gebeurde.
Toen waren we vrienden, nu lijkt het anders te zijn. Hoe echt is dit?
Dit kan helemaal niet, terug in de tijd en de openheid die hij toont is vreemd, niet eigen, maar wel oprecht. Ik geef me eraan over. Wij omhelzen elkaar teder en zoenen uitgebreid. Ik ga er helemaal in op, maar toch maken mijn hersenen overuren. Dit, hoe dan?
Voorzichtig gelukkig zitten we bij elkaar, in erotisch zwijgen, hand in hand. Hij vertelt hoe hij mij gezocht heeft toen hij weer alleen was. Ik word daar blij van, maar blijf zwijgen.
De erotische geluksgevoelens laat ik mondjesmaat toe.
Waarom weet ik niet, waar komt het onderliggende wantrouwen vandaan. Ik ben in het hier en nu met hem. Daar moet ik van genieten, maar iets houdt mij tegen.
Er gebeurd van alles om ons heen. Wij zitten nu in een keldercafé, vrienden van vroeger staan verbijsterd naar ons te kijken. Zo kennen ze ons niet en laten dat luidkeels blijken.
Ik durf te hopen dat het echt gaat gebeuren, dat we nu echt samenkomen.
Hij neemt mij weer in zijn armen, dat is fijn. Mijn lichaam ontwaakt nu echt.
Plots zie in armen op zijn schouders en een vrouwengezicht naast zijn hoofd.
‘Ja, sorry, dit is mijn huidige vrouw’ Waarmee alle geluksgevoelens verdwijnen en het verdriet hard toeslaat.
Ik struikel naar buiten-------pak een fiets----een man rent mij na en springt achterop. Ik ken hem niet en wil hem kwijt door een gevaarlijke route te kiezen. De man lacht hard en klampt zich aan mij vast. Boos kies ik een steile en gevaarlijke smalle weg met bochten. Ik kijk de diepte in en word zelf bang.
Plots besef ik dat het een droom is en durf naar beneden te rijden met een spannend gevoel in mijn maag, of het een achtbaan is en ja steeds sneller-----
Dan wordt ik wakker met een onbestemd gevoel, verward, verdrietig.

©Hannie Stork


zondag 7 juni 2020

Maandag wasdag

Bico wasmachine - Geheugen van West


Op zondagavond wordt de ketel op het gasfornuis gezet. Zwaar werk dat door mijn vader en moeder samen wordt gedaan. Alleen als ik laat naar bed ga maak ik het mee. De hele nacht staat de ‘witte was’ dan te sudderen.
’s Morgens na het ontbijt, mijn vader heeft zijn leren jas voor de buitendienst al aan, help hij mijn moeder de wasketel van het fornuis te tillen en brengen zij samen die volle ketel naar de kleine badkamer waar hij in de ‘wasmachine’ wordt gegoten. Was en heet water.

©Hannie Stork

dinsdag 26 mei 2020

Een regenachtige Hemelvaartsdag


“Waar blijft die taxi nou, ik hou het niet meer”
Ze zat op een smalle traptrede met haar voeten stevig op de grond.
Haar handen hielden haar dikke buik vast en aan haar voeten stond een tas die al weken klaar had gestaan.
“Alsjeblieft, blijf een beetje bij de deur. Ik kan bijna niet meer zitten, en het doet zo’n pijn”
Hij stond buiten en liep heen en weer. Het regende dat het goot en op een vrije dag was er weinig verkeer, laat staan dat er een vrije taxi langs reed.
Hij liep weer naar binnen, gaf zijn hoog zwangere vrouw een kneepje in de schouder en liep naar één hoog waar hun hospita woonde. Hij had plotseling bedacht dat zij telefoon had.
Zij deed open, keek naar de nerveuze man en vroeg of het tijd was.
“Ja, ja, ze zit beneden op de trap. Ik wilde een taxi aanroepen, maar er rijdt vandaag niets vrij in deze regen. Kunt u misschien bellen?”
“Natuurlijk, ga maar naar je vrouw. Ik ga bellen” Met grote stappen liep hij weer terug de trap af. “Ze belt een taxi, nu gaat het vlot”
Ze geloofde er niets van en boog voorover vanwege een wee. Ze kwamen al sneller, straks beviel ze hier nog in het portaal. Eerst wachtte de baby drie weken langer om te komen en nu had het kind haast dacht ze.
De hospita deed haar deur open en riep dat de taxi eraan kwam en dat de chauffeur wist waar hij heen moest. “Het Juliana-ziekenhuis toch?”
Dat klopte en de taxi liet nu niet lang meer op zich wachten. Hij hielp zijn vrouw de taxi in en ging naast de chauffeur zitten.
Die reed weg en vroeg hoeveel tijd er tussen de weeën zat.“Niet meer dan 10 minuten”, zei ze
“Dan komen we er wel op tijd” De chauffeur hield zijn aandacht verder bij de natte weg en het verkeer.
Voor de deur van het ziekenhuis hielp de chauffeur de man om zijn vrouw achter uit de auto te halen. Snel rekende de man af, met fooi en verdwenen ze naar binnen.
Die middag om 12.15 uur kwam hun dochter ter wereld.

©Hannie Stork

zondag 10 mei 2020

Sleutels

Een zacht gegons en gebrom liet haar bovendrijven. Geen wekker, maar haar oude zwarte, verharende kat, die steeds verbazingwekkend de slaapkamerdeur open kreeg om op haar kussen te slapen. Dat wilde ze niet, want al die losse zwarte haren op het beddengoed stond wat viezig.
Met een hand door haar kort donkere haar overeind komend pakte ze de zware zwarte kat en zette het beest op de grond.
“Ja, ga maar vast naar beneden”, zei ze tegen de kat. “Ik kom eraan”
Stom, praten tegen je huisdier, maar dat went gemakkelijker aan dan af.
Het gebruikelijke ochtend ritueel van douchen, kleding uitkiezen, eigenlijk volslagen onbelangrijk, straks moest ze toch haar werkkleding weer aan.
De kat stond te bléren, die wilde eten. Haar maag rommelde nu ook.
Nog half in slaapstand gaf de kat eten, maakte ze een kom yoghurt met muesli en ging zitten.
Had ze het echt gedaan? Hem een huissleutel gegeven?

Energiek sprong hij uit bed. Nog steeds helemaal tevreden over dit moderne appartement met de strakke meubels in de open ruimte.
Het leven lachte hem nu toch echt toe. Het was pas zes uur, maar in zijn hardloopkleding ging hij eerst 5 kilometer lopen in en rond het park. In zijn werk zat hij meestal.
In de lichte ochtend zag alles er fantastisch uit. De kleuren helder, de geluiden aangenaam. Zijn nieuwe hardloopschoenen zaten voortreffelijk en het was lekker lopen door het park.
Hij was verliefd, voor het eerst van zijn volwassen leven, echt verliefd!
Ze was niet de ideale partner, maar het hart had gekozen.
Gisteravond was een hoogtepunt geweest, een mooie Italiaanse maaltijd bij haar thuis, ze kon goed koken, daarna een goed gesprek en een explosieve vrijpartij waar hij nog warm van werd wanneer hij eraan terugdacht. Ze had het jammer gevonden dat hij niet bleef slapen, maar hij zo zijn eigen ochtendritueel.
Wat zijn hart deed zingen was de huissleutel die zij hem gegeven had!

©Hannie Stork

zondag 22 september 2019

'Historische verhalen uit de Gouden Eeuw'


70#2019
Dit is de uitkomst van een verhalenwedstrijd waar ik ook aan heb meegedaan. Mijn verhaal werd niet verkozen, maar kreeg wel een fraai jury-rapport waarin mijn Nederlands werd geprezen.
Niet verkeerd dus.
Een aardig boek met korte verhalen(1500 woorden)over kleine gebeurtenissen van al dan niet bekende mensen, of vanuit hun omgeving verteld.

De Gouden Eeuw, wat een tijd! Wie heeft er geen beeld bij? Hoog opgetuigde driemasters, in linie zeilend, vurend uit de bakboordkanonnen. Schatrijke kooplieden die op de Amsterdamse beurs, zwetend en handenwringend, hun kapitaal investeren in de risicovolle specerijhandel. Schepen van de WIC die varen op ruige zeeën, oorlogvoerend en handelend in mensen. Predikanten die galmend en met brede armgebaren de nieuwe leer verkondigen. Het volk dat ploetert en foetert alsof de Gouden Eeuw niet bestaat.

In deze bundel vindt u verhalen die de diversiteit van de Gouden Eeuw goed weergeven. Van een patriciër die een dodo koopt tot een vrouw die tot slaaf gemaakt wordt en van een arme stenensjouwer uit Amsterdam tot een schilder die werkt in opdracht van het koninklijk huis.

Elk verhaal wordt afgesloten met een handige verantwoording, waarin de gecreëerde fictie wordt gescheiden van historische werkelijkheid.


woensdag 10 juli 2019

'Ongenummerd'

Ongenummerd
Want door mij zelf geschreven, een bundel korte verhalen. Verhalen waarbij misdrijven net niet lukken, mensen die de buit kwijtraken, of dat het net anders afloopt dan je verwacht.
Het is in eigen beheer uitgegeven, net als de thriller van manlief Rob die eerder in deze blog te bewonderen was. Verdienen hoeven wij er niet aan, tenslotte worden wij door de 'Staat' gesubsidieerd in de vorm van de AOW en hebben daardoor tijd van schrijven.
Het gaat om het schrijfplezier.
Eigenlijk is dit mijn tweede, de eerste gaat alleen maar over mijn familie door de eeuwen heen en in brede zin.
Ik heb veel genoegen beleefd aan het schrijven ervan.
Nu de volgende.....

maandag 1 juli 2019

De bibliotheek van mijn jeugd

Opening door burgemeester Van Tijn

In november 1953 kwamen wij in Amsterdam Slotermeer te wonen waar alles nog nieuw en kaal was en weinig faciliteiten.
Ik was 4.5 jaar oud en kon niet naar de kleuterschool omdat er door het grote aantal kinderen in die nieuwbouwwijken geen plaats was. Ik heb dan ook maar een half jaar op een kleuterschool gezeten voor ik naar de lagere school ging. Buiten spelen ging daar echter prima en mijn moeder las dagelijks voor. Volgens mij was ik een jaar of 7 toen de bibliotheek een piepklein filiaaltje opende op het eind van de Burgemeester Vening Meineszlaan bij de Slotermeerlaan.
Daar kreeg ik mijn eerste bibliotheekkaart, een oranje kaart met als nummer 777[echt waar!]. Het nadeel van zo’n klein filiaal was dat wanneer je op maandagmiddag was ingeschreven je ook alleen om maandagmiddag mocht komen.
Gelukkig duurde dat niet zo lang. Op woensdagmiddag kon je mij om twee uur voor de deur vinden, mijn armen netjes over elkaar want je kon  uitgekozen worden om te helpen stempelen…………
Thuis ook heel vaak bibliotheekje gespeeld. Boeken genoeg, we moesten er alleen netjes mee omgaan. Ik kreeg er twee keer een zusje bij zodat ik bij het voorlezen kon aanschuiven tot ik een jaar of 12 was. Zelf echt lezen leerde ik pas in de zomer tussen de 2e en 3e klas(groep3/4), omdat ik  niets begreep van de samenhang van de woorden in een zin.
Toen die hobbel was genomen heeft men mij nog maar zelden zonder boek in mijn handen, in mijn tas of koffer gezien. Ik lees alles wat los en vast zit desnoods de product- informatie op levensmiddelen.
Je kunt er ook prettig oost-indisch-doof bij lijken te zijn als je moeder een opdracht geeft.
Het filiaal is later verhuisd naar de Slotermeerlaan en daar zat iedere woensdagmiddag een ‘kwekeling’ als oppas in de leeszaal. Om ons rustig te houden [zo zie je maar, het is van alle tijden] en ons te weerhouden in ‘volwassen’ naslagwerken ‘foute’ plaatjes te bekijken.
Ik ben lid geweest tot ik een jaar of 18 was[klinkt bekend nietwaar]. Twee jaar later ben ik bij de bibliotheek in dienst gekomen en ja, toen hoorde het bij de baan, dat lidmaatschap…….en met lezen zal ik nooit stoppen…..

© Hannie Stork

vrijdag 31 mei 2019

Her voetbal in mijn leven

Vroeger thuis werd er door ons kinderen gezwegen op zondagmiddag tussen twee en zes. Het sportprogramma op de radio werd dan beluisterd. Mijn vader wilde dat graag in zijn geheel horen maar wij speelden (niet altijd even rustig) in de kamer tijdens de uitzending. Dat gaf nogal eens rumoer dus werden wij, zodra het weertechnisch kon, naar buiten gestuurd.
Toen ik verkering kreeg, bleek mijn toekomstige schoonfamilie zeer voetbalminnend te zijn en ik heb dus vele wedstrijden uitgezeten in het ‘circustheater’  voor de televisie. “Wanneer de favoriete club verliest, heedt de schillenboer een goeie dag” was de uitspraak. Mijn schoonmoeder zat graag te breien tijdens de wedstrijden en breide van spanning vaak rugpanden die met gemak het paard van de eerdergenoemde schillenboer hadden kunnen bedekken. Ze moest die later dan grotendeels uithalen om er weer een mensenmaat van te kunnen maken.
Even het theater uitleggen. De televisie stond op een prominente plaats in de huiskamer en de fauteuils stonden daar pontificaal voor. De eetkamerstoelen werden daarachter gezet en zo kon je eerste rang of tweede rang zitten. Ik zat meestal daar weer achter op de bank te lezen en keek alleen wanneer iedereen juichte.
Toch ben ik met die man getrouwd en ik kreeg het voetbal mee. In goede en slechte tijden zoals dat heet, dus waren de zondagse maaltijden òf zeer vreugdevol als de club had gewonnen, òf nogal chagrijnig bij verlies. In latere tijden werden de wedstrijden ook op dinsdag, woensdag en donderdag gespeeld of op welke andere dag de week dan ook telde en hield ik het niet meer bij. Gelukkig verdween de grootste gekte voor het voetbal langzamerhand. Je wordt wat ouder en je raakt denk ik gewend aan een club die op en neer gaat in rangorde.
Toch kwam er een videoapparaat om wedstrijden op te nemen die door het werk niet gezien konden worden en vervolgens werden deze vooral ’s nachts genoten terwijl ik lekker in mijn bedje lag en er niet mee werd lastig gevallen.
De finale voor grote bekers, oké die wilde ik nog wel meekijken. Spannend ook wel omdat het dat om het ‘eggie’ ging. Ook het kijken in de kroeg bij dat soort wedstrijden was apart, omdat je door de kijkers te bekijken jezelf tijdens een wedstrijd vermaakte met de toeschouwers.
Na een kwart eeuw leven met die man en voetbal was dat van de ene op de andere dag over toen hij vertrok. Hem heb ik nog weleens, maar het voetbal heb ik nooit gemist. Wat kun je veel doen wanneer je niet naar wedstrijden moet kijken. Zoveel andere programma’s te genieten. De krant bracht me wel op de hoogte van de standen en meer was niet nodig om mee te kunnen praten. Er waren net zoveel trainers en scheidsrechters in Nederland als het aantal mannelijke (en vrouwelijke) liefhebbers natuurlijk zodat je niet meer hoeft te doen dan wat instemmend hummen en knikken wanneer het over voetbal ging. De anderhalve decennia dat ik alleen was, vulde ik alle voetbalmomenten vooral met wat ik leuk vond en dat was zeker geen voetbal. Alleen de finales, die bleef ik kijken in een kroeg of met vrienden vanwege de sfeer die daar omheen hing.
De strikvraag was natuurlijk: kende ik de spelregels. Het antwoord was dat ik die in de loop der jaren aardig onder de knie had gekregen. Een goed geheugen hielp daarbij ook. Toch moest ik ergens wat met voetballen hebben.
Na jaren kwam ik de liefde van mijn oudere leven tegen en ja hoor, weer een voetballiefhebber.
Waarom dat liefhebben altijd passief was, wist ik niet. Ik zou zeggen als je ervan houd ga je het doen. Maar dat terzijde.
De moderne kabelaansluiting gaf 24/7 wel ergens een voetbalwedstrijd, tot mijn grote verdriet overigens. Er zijn gelukkig afspraken over te maken, maar blijkbaar zijn er wedstrijden die je niet mag missen, ook al kun je er bij gebrek aan werk, want gepensioneerd, niet meer bij de koffie over praten. Wat prettig dat het gezellig was om bij een vriend te kijken zodat ik af en toe een avond de televisie voor mezelf had. Overigens kon ik ook televisie kijken op mijn kamer, dat doe ik frequent, maar het zat in de woonkamer toch wat lekkerder.
Ooit ben ik uiteindelijk omgepraat en ik moest en zou mee naar een wedstrijd in het stadion. Het was geen belangrijke wedstrijd, het ging om het proeven van de sfeer. Nou dat heb ik geweten. Een uur van tevoren gingen we al naar binnen en daar zat je dan. Geen verwarming in zo’n stadion, dus koud. Veel gepraat door speakers, volstrekt onverstaanbaar, maar mijn maatje wist blijkbaar alles te verstaan. Ik dacht dat het door de herhaling kwam, er werd waarschijnlijk veel hetzelfde verteld.
Het geheel deed me denken aan een cabaretliedje van lang geleden. Louis Davids zong in 1933 een liedje: ‘De voetbalmatch’. Daar kwamen zinnen in voor die nu bij me boven kwamen:
“Twintig knullen in d’r Jansen en Tilanus liepen los in het midden op een grasveld rond”

Nou koukleumen waren het tegenwoordig wel, met damesmaillots aan en lange mouwen onder hun shirts uit. Verder zag ik veel vreemde haardrachten en tattoo’s. Het uiterlijk van die knullen was niet om over naar huis te schrijven. Gelukkig zag ik het vanwege de afstand niet zo goed als op de buis thuis.

“Na een kwartiertje werd de wedstrijd reuze spannend,
En de hele klit krioelde op de grond.
Jan riep: “Corner, dat is een doodschop om een hoekie,’
En toen kwam er een invalide van het front.
Ik zeg: ‘Tjesses Jan, er vallen toch geen dooien?”

Ook hier, voor mijn neus, vond ik er weinig van. Het was langdradig want er gebeurde meestal helemaal niets. Waar je in een samenvatting nog enig tempo bespeurde, was die in het echt ver te zoeken. Voor het lezen van een boek was het echter weer te onrustig en zo zat ik mij min of meer te vervelen wanneer er zelfs in het publiek weinig gebeurde. Het publiek was eigenlijk vaak de het enige wat de moeite waard was om naar te kijken, maar ook daarvoor waren de camera en de televisie veel makkelijker.

Al met al is voetbal echt niet aan mij besteed. Ik houd veel van mijn voetbalminnaar, maar niet van voetbal. Als ik die twee nou maar gescheiden houd, gaat het met ons allebei helemaal goed.

©Hannie Stork



donderdag 23 mei 2019

Walvisvaart


Walvisvaart

Hij, de boerenzoon had er genoeg van. ’s Morgens uitgehongerd het veld in met twee plakken snijdpap* en de boodschap daar veldsla bij te plukken en te eten. Hij had er genoeg van om te koud gekleed in mist en kou tussen de kleine weides te varen in een vlet om de koeien te melken of te verplaatsen. Toen hij zeventien was pakte hij zijn schaarse bezittingen, groette zijn ouders en monsterde aan op een schip.
Gerrit Hendrikzoon uit Krommenie ging op walvisvaart. Avontuur èn geld verdienen. Het was 1645 en het viel hem niet mee. Het leven aan boord was hard. Het speksnijden en zouten, het koken van de traan en de stank daarvan. De kost was niet veel anders dan thuis, alleen de verdienste was beter. Opnieuw aanmonsteren dat ging hij. Geen boeren meer voor hem, maar varen. Het volgende seizoen ging hij weer mee. Gerrit was walvisvaarder.

Hij voer op Spitsbergen naar de nederzetting Smeerenburg waar in de zomer grote hoeveelheden Groenlandse walvissen tot traan werden verwerkt.  De Noordsche Compagnie had daar het alleenrecht in de eerste helft van de 17e eeuw. Toen dat alleenrecht verviel en iedereen op walvisjacht kon gaan werden de schepen ook uitgerust vanuit het Zaanse, onder andere vanuit Krommeniedijk.
Daar staat nog steeds een kleine kerk en daar hangt een votiefscheepje. Een beetje ongewoon in een protestantse kerk. De scheepvaart en speciaal de walvisvaart waren echter vol risico en gevaar en konden wel wat zegen gebruiken.
De schepen voor de walvisvaart moesten een breed dek hebben op te werken. Er werden fluitschepen gebruikt, een schip met een brede buik en een smal dek of bootschepen, grof maar breed om op te werken. Een fluitschip voer sneller naar huis en dat werd belangrijker toen de traan verwerkt ging worden aan de wal in de Zaanstreek. Die traankokerijen werden ook wel “stinkerijen” genoemd. De industrie rond de walvisvaart werd steeds uitgebreider met zeildoekweverijen, bakkerijen voor scheepsbeschuit en alles wat maar nodig was aan boord.

Na een aantal seizoenen kwam Gerrit verweerd en moe terug in Krommenie, maar hij had voldoende verdiend om in een zeildoekweverij te kunnen investeren en werd zo onderdeel van de industrie in de Zaanstreek. Hij stichtte een gezin en als we zijn patroniem** zouden weten was goed na te kijken of de familie nog steeds in de Zaanstreek woont.

*   afgekoelde stijve pap is snijdbaar
** achternaam

©Hannie Stork

dinsdag 14 mei 2019

In het donker...


Hij klom door het luik naar beneden en naar binnen. Het was pikkedonker. Gelukkig had hij een mijnwerkerslamp op zijn hoofd aan een elastieken band.
Stommelend bereikte hij de trap en liep naar boven. Alle ramen en deuren waren of van buiten of van binnen met planken gebarricadeerd op wat spleetjes zonlicht na.
In de grote ruimte waar hij was terechtgekomen zat een groot dakraam wat de hele ruimte van licht voorzag. Hij zette zijn apparatuur neer en ging aan het werk. Licht meten, kleur bepalen, plaats bepalen en nadenken over het middelpunt.
In deze ruimte was zo te zien sinds de afsluiting ruim 30 jaar geleden niemand meer geweest. Hij was de eerste die voetstappen maakte in het stof op de prachtige parketvloer. Stofrag hing vanaf het plafond naar beneden in de hoge ruimte. De hoge lampen leken door ijle draden aan elkaar verbonden. De brede traptreden nodigden uit om naar de andere etages te gaan.
Het vastleggen met zijn toestel was daarna eenvoudig, hij bewerkte de beelden daarna uitvoerig om eenheid in kleur en sfeer te bereiken.
Hij was totaal gelukkig, bezig met urbex fotografie, het vastleggen van verlaten ruimten waar je meestal niet mag komen.

woensdag 8 mei 2019

Thuiskomen


Thuiskomen

Stommelend liep hij de trap op. Het was half zes. Vijf dagen in de week liep hij om half zes de trap op. Trok zijn jas uit en hing die in de gang aan de kapstok. Het huis was dan stil. Vrouw en kinderen wisten dat ze stil moesten zijn. Zijn vrouw maakte geluiden in de keuken waar zij met het eten bezig was, maar zei alleen tegen hem “Wil je thee”.
Vijf dagen in de week stelde zij om half zes deze vraag en bromde hij “Ja”.
Dan liep hij de kamer in, bromde tegen een van de kinderen ‘eruit’ als er nog iemand in zijn stoel zat en ging zitten. Trok zijn schoenen uit en zette deze zuchtend naast zijn stoel en pakte vanaf de andere kant zijn haren pantoffels en deed deze aan.
Hij zuchtte nogmaals en greep naar de krant die al klaar lag. Daar zat hij dan achter
wanneer de thee kwam en hij ‘dank je’ bromde.
Alles in huis hield de adem in totdat er tafel werd gedekt. Dan was hij voldoende van zijn werk losgekomen om gepraat, geklets en gegiechel van de kinderen te kunnen verdragen.

donderdag 25 april 2019

Mensen, plaatsen & situaties

“Wat doe ik godverdomme hier.” Zittend in een kring met mensen die denken hier beter van te worden. Dat was haar eerste gedachte. Dit heb ik allemaal toch niet nodig. Na deze 3 dagen “detox” kan ik er weer tegen. Gewoon een onderhoudsdosering vaststellen, dan kan ik er weer tegenaan.
In zichzelf verzonken lijkt Emma de kring rond. Losers, allemaal losers. Die hebben het opgegeven voor zichzelf op te komen en kunnen alleen nog maar hier zitten en praten over ellende, losers.
Afgelopen weekend stond zij nog succesvol op het podium. Te schitteren in een fantastisch stuk. Ja er waren kleine haperingen geweest, maar dat kwam omdat de zaallichten niet ver genoeg gedoofd waren. In de kleedkamer volgde toen die onverkwikkelijke scene met Wim, die haar verweet teveel te drinken. Wat is nou veel. Iets om de scherpe kantjes eraf te halen. Dan stond ze daar veel mee ontspannen dan met de zenuwen in haar lijf vanwege de reacties.
Die waren bijna altijd lovend, maar je kon het maar beter voor zijn. En ja, ze nam graag wat uppers gedurende de dag. Ze wilde graag energiek naar buiten treden.
Slapen vond ze niet zo nodig en daar waren tenslotte ook pilletjes voor. Waar zij naar streefde was gedachteloos op het toneel haar ding doen.
Niet gehinderd door allerlei nare dingen uit het verleden die zomaar je hoofd binnenkwamen.
“Emma”, ze schrok op. De groepstherapeut, hoe heette die man ook alweer, oh ja, Jan-Jaap, sprak haar aan.
“Emma, je bent hier nieuw. Kun je vertellen waarom je hier bent en delen wat je wilt bereiken?”
Ze keek de kring rond en zij: “Eigenlijk zit ik hier per ongeluk. Ik kreeg een black-out van de zenuwen terwijl ik op het toneel stond en toen heeft mijn directeur mij hier heen gebracht.”
“Maar Emma, je bent hier wegens een verslaving aan drank en amfetaminen.”
“Wie zegt dat, ik heb wat rust nodig en hij dacht dat ik dat hier kon vinden. Maar als dit een spelletje is van wie is er het slechtst aan toe dan pas ik.”
“En de drank dan?”
“Ach dat slokje om te ontspannen moet kunnen. De groten der aarde deden dat allemaal wel.”
“En de pillen”, vroeg een van de kringleden,
Emma werd hier helemaal onrustig van, waar was dat slokje als het nodig had.
“Hoezo pillen, om te beginnen heb ik hier een paar dagen alleen maar geslapen en kreeg daar pillen voor van hier!”
“Dat waren geen uppers Emma”, zei Jan-Jaap. “Uppers – Downers whatever. Ik funtioneerde beter dan de rest van dit zooitje.
De kringleden werden nu boos op Emma.
“Kijk eens naar jezelf. We zijn hier allemaal om beter te worden.”
“Beter, ik ben al beter dan jullie allemaal. Ik lust jullie rauw!”
“Emma, als je je niet goed voelt kun je morgen terugkomen in de kring. Dan kun je beter gaan rusten.”
Razend ging Emma staan. Met brede gebaren stond ze en declameerde een stuk tekst. Tot ze de draad kwijtraakte en als een lappenpop in elkaar zakte en door haar lotgenoten op haar stoel werd teruggezet.
“Emma, gaat het een beetje”, vroeg Jan-Jaap. “Blijf voor nu maar rustig zitten luisteren dan is het morgen een nieuwe dag.”

©Hannie Stork
Naar aanleiding van een toneelstuk met die naam.

woensdag 3 april 2019

De straat op...

Mijn vader in 1947
Hij wilde de straat alleen op.
Mijn vader was thuisgekomen uit het ziekenhuis met een donkere bril op en somber, heel somber. Het enige dat hij deed was zitten en sigaren roken. Terugkijkend was ik mijn vader kwijt.
Een man die lachte met zijn dochters en flauwe grapjes maakte over en met mijn moeder. Er was altijd warmte tussen Alex en zijn Jeantje. Met zijn donkere haardos en meestal serieuze blik was hij nooit makkelijk, maar papa was papa. Je klom bij hem op schoot, vroeg van alles aan hem en kreeg dan vaak onzin antwoorden of de verwijzing naar de encyclopedie, maar hij was er.
Hij was op dan moment 43 of 44 jaar en hoewel het leven hem al zwaar had teleurgesteld en had beproefd was hij onze papa. Redelijk sportief en nog altijd betrokken bij zijn korfbalclub Rhoda.
Met zijn donkere stem een enkele keer rustig voorlezend vielen wij ter plekke in slaap. Kleine kinderen en dieren zaten graag bij hem.
Ieder weekend maakten wij samen wandelingen of fietstochten door Amsterdam. Met zijn vijven trokken wij de wereld in. Ik was de oudste, dus toen hij ‘voor zijn ogen’ moest worden geopereerd veranderde de dynamiek in het gezin. Mama was vaak naar het ziekenhuis, ik moest soms oppassen. Wij kinderen mochten niet op bezoek, dat was toen zo. Na 6 weken kwam hij weer thuis. Later hoorde ik pas dat hij zes weken plat had moeten liggen om te herstellen.
Thuisgekomen was mijn papa weg en had ik een onbekende vader teruggekregen. Nog uiterlijk dezelfde man, alleen nu met een donkere bril op met kleine gaatjes die langzaam groter werden gemaakt. Een sombere man zonder grapjes, die ik probeerde voor te lezen. Boeken die hij mij had aangeraden zoals Frank van Wezels’ Roemruchte jaren waar goed om te lachten viel. Mijn pogingen als veertienjarige werden geduld, meer niet. Aanrakingen werden afgewezen.
Mijn zusjes, jonger, waren beter af. Daar duldde hij meer van. Mijn moeder kon het niet uitleggen, ik moest maar geduld hebben.
Toen mocht hij naar buiten. Eerst met mijn moeder, maar al snel wilde hij alleen, wat zij doodeng vond. Hij werd er kwaad om, zei dat ze hem moest laten gaan. Ruzieachtige gesprekken. Hij wilde ook mij niet meenemen, echt alleen gaan. Koppig en eigengereid, ik weet het, ik ben ook zo.
Hij ging, alleen met een stok. Het doel was de snackbar, daarna kwam hij terug zei hij. Aarzelend liep hij de trap af, waar hij eerder stevig had doorgelopen.
Door mijn moeder werd ik er achteraan gestuurd om te zien of het goed ging. Voor mij was het hartverscheurend om mijn vader aarzelend zijn weg te zien zoeken. Ik wist het toen niet zo te benoemen maar het was een naar gevoel. Ik bleef steeds een straat achter hem. Hen te zien oversteken was vreselijk al was het in 1963 nog niet erg druk.
Natuurlijk ging hij naar de drukste straat in Slotermeer om ook daar over te steken. Ik liep toen nog maar tien meter achter hem.
Zijn doel was de snackbar achter Slotania waar hij even kon gaan zitten. Het lukte hem, maar ik zag dat ie doodmoe was toen hij dan deed.
Ik was al vlakbij voordat hij doorhad dat ik er was. “Zeker door je moeder gestuurd”, zei hij. Wij aten zwijgend een kroketje en met een hand op mijn schouder was het toch prettig op zich door mij naar huis te laten leiden. Hoewel hij liever zijn tong afbeet dan dat toe te geven. Mijn papa was weg, mijn vader is nooit meer de man geworden die ik als jonger kind had gekend.

©Hannie Stork

'Vergelding'

45#2026 Vergelding - Michael Berg Het eerste deel was spannend genoeg om meteen door te lezen. Helaas komt deel 3 pas in sepember, want deze...