vrijdag 31 mei 2019

Her voetbal in mijn leven

Vroeger thuis werd er door ons kinderen gezwegen op zondagmiddag tussen twee en zes. Het sportprogramma op de radio werd dan beluisterd. Mijn vader wilde dat graag in zijn geheel horen maar wij speelden (niet altijd even rustig) in de kamer tijdens de uitzending. Dat gaf nogal eens rumoer dus werden wij, zodra het weertechnisch kon, naar buiten gestuurd.
Toen ik verkering kreeg, bleek mijn toekomstige schoonfamilie zeer voetbalminnend te zijn en ik heb dus vele wedstrijden uitgezeten in het ‘circustheater’  voor de televisie. “Wanneer de favoriete club verliest, heedt de schillenboer een goeie dag” was de uitspraak. Mijn schoonmoeder zat graag te breien tijdens de wedstrijden en breide van spanning vaak rugpanden die met gemak het paard van de eerdergenoemde schillenboer hadden kunnen bedekken. Ze moest die later dan grotendeels uithalen om er weer een mensenmaat van te kunnen maken.
Even het theater uitleggen. De televisie stond op een prominente plaats in de huiskamer en de fauteuils stonden daar pontificaal voor. De eetkamerstoelen werden daarachter gezet en zo kon je eerste rang of tweede rang zitten. Ik zat meestal daar weer achter op de bank te lezen en keek alleen wanneer iedereen juichte.
Toch ben ik met die man getrouwd en ik kreeg het voetbal mee. In goede en slechte tijden zoals dat heet, dus waren de zondagse maaltijden òf zeer vreugdevol als de club had gewonnen, òf nogal chagrijnig bij verlies. In latere tijden werden de wedstrijden ook op dinsdag, woensdag en donderdag gespeeld of op welke andere dag de week dan ook telde en hield ik het niet meer bij. Gelukkig verdween de grootste gekte voor het voetbal langzamerhand. Je wordt wat ouder en je raakt denk ik gewend aan een club die op en neer gaat in rangorde.
Toch kwam er een videoapparaat om wedstrijden op te nemen die door het werk niet gezien konden worden en vervolgens werden deze vooral ’s nachts genoten terwijl ik lekker in mijn bedje lag en er niet mee werd lastig gevallen.
De finale voor grote bekers, oké die wilde ik nog wel meekijken. Spannend ook wel omdat het dat om het ‘eggie’ ging. Ook het kijken in de kroeg bij dat soort wedstrijden was apart, omdat je door de kijkers te bekijken jezelf tijdens een wedstrijd vermaakte met de toeschouwers.
Na een kwart eeuw leven met die man en voetbal was dat van de ene op de andere dag over toen hij vertrok. Hem heb ik nog weleens, maar het voetbal heb ik nooit gemist. Wat kun je veel doen wanneer je niet naar wedstrijden moet kijken. Zoveel andere programma’s te genieten. De krant bracht me wel op de hoogte van de standen en meer was niet nodig om mee te kunnen praten. Er waren net zoveel trainers en scheidsrechters in Nederland als het aantal mannelijke (en vrouwelijke) liefhebbers natuurlijk zodat je niet meer hoeft te doen dan wat instemmend hummen en knikken wanneer het over voetbal ging. De anderhalve decennia dat ik alleen was, vulde ik alle voetbalmomenten vooral met wat ik leuk vond en dat was zeker geen voetbal. Alleen de finales, die bleef ik kijken in een kroeg of met vrienden vanwege de sfeer die daar omheen hing.
De strikvraag was natuurlijk: kende ik de spelregels. Het antwoord was dat ik die in de loop der jaren aardig onder de knie had gekregen. Een goed geheugen hielp daarbij ook. Toch moest ik ergens wat met voetballen hebben.
Na jaren kwam ik de liefde van mijn oudere leven tegen en ja hoor, weer een voetballiefhebber.
Waarom dat liefhebben altijd passief was, wist ik niet. Ik zou zeggen als je ervan houd ga je het doen. Maar dat terzijde.
De moderne kabelaansluiting gaf 24/7 wel ergens een voetbalwedstrijd, tot mijn grote verdriet overigens. Er zijn gelukkig afspraken over te maken, maar blijkbaar zijn er wedstrijden die je niet mag missen, ook al kun je er bij gebrek aan werk, want gepensioneerd, niet meer bij de koffie over praten. Wat prettig dat het gezellig was om bij een vriend te kijken zodat ik af en toe een avond de televisie voor mezelf had. Overigens kon ik ook televisie kijken op mijn kamer, dat doe ik frequent, maar het zat in de woonkamer toch wat lekkerder.
Ooit ben ik uiteindelijk omgepraat en ik moest en zou mee naar een wedstrijd in het stadion. Het was geen belangrijke wedstrijd, het ging om het proeven van de sfeer. Nou dat heb ik geweten. Een uur van tevoren gingen we al naar binnen en daar zat je dan. Geen verwarming in zo’n stadion, dus koud. Veel gepraat door speakers, volstrekt onverstaanbaar, maar mijn maatje wist blijkbaar alles te verstaan. Ik dacht dat het door de herhaling kwam, er werd waarschijnlijk veel hetzelfde verteld.
Het geheel deed me denken aan een cabaretliedje van lang geleden. Louis Davids zong in 1933 een liedje: ‘De voetbalmatch’. Daar kwamen zinnen in voor die nu bij me boven kwamen:
“Twintig knullen in d’r Jansen en Tilanus liepen los in het midden op een grasveld rond”

Nou koukleumen waren het tegenwoordig wel, met damesmaillots aan en lange mouwen onder hun shirts uit. Verder zag ik veel vreemde haardrachten en tattoo’s. Het uiterlijk van die knullen was niet om over naar huis te schrijven. Gelukkig zag ik het vanwege de afstand niet zo goed als op de buis thuis.

“Na een kwartiertje werd de wedstrijd reuze spannend,
En de hele klit krioelde op de grond.
Jan riep: “Corner, dat is een doodschop om een hoekie,’
En toen kwam er een invalide van het front.
Ik zeg: ‘Tjesses Jan, er vallen toch geen dooien?”

Ook hier, voor mijn neus, vond ik er weinig van. Het was langdradig want er gebeurde meestal helemaal niets. Waar je in een samenvatting nog enig tempo bespeurde, was die in het echt ver te zoeken. Voor het lezen van een boek was het echter weer te onrustig en zo zat ik mij min of meer te vervelen wanneer er zelfs in het publiek weinig gebeurde. Het publiek was eigenlijk vaak de het enige wat de moeite waard was om naar te kijken, maar ook daarvoor waren de camera en de televisie veel makkelijker.

Al met al is voetbal echt niet aan mij besteed. Ik houd veel van mijn voetbalminnaar, maar niet van voetbal. Als ik die twee nou maar gescheiden houd, gaat het met ons allebei helemaal goed.

©Hannie Stork



woensdag 29 mei 2019

't Hoge Nest'

41#2019
Twee verhalen die met elkaar zijn verbonden door het huis.
Je begint eraan met het idee dat het weer zo'n verhaal over de oorlog is, maar de combinatie en het uitzoekwerk dat hiervoor is verricht plus het inlevingsvermogen van de schrijfster maken het tot een memorabel boek. Met name het verhaal na de transportatie is indringend, zelden zo goed beschreven en, gelukkig, ook met deze keer een 'happy' end.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestieren twee joodse zussen - Janny en Lien Brilleslijper - een van de grootste onderduikadressen in Nederland: 't Hooge Nest, een villa in 't Gooi. Terwijl de laatste joden in Nederland worden opgejaagd gaat het leven van enkele tientallen onderduikers zo goed en kwaad als het ging door, pal onder de neus van NSB-buren en nazikopstukken. Toch wordt het Nest verraden en de familie Brilleslijper belandt met het laatste transport in Auschwitz, samen met de familie Frank. 't Hooge Nest is een verhaal over moed, verraad en menselijkheid in barbaarse tijden, en brengt een ongekende geschiedenis met kracht tot leven.

Van Iperen woont met haar familie in villa 't Hooge Nest in 't Gooi. Ze ontdekte dat haar woonhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gefunctioneerd als een onderduikvilla, van waaruit twee Joodse zusjes daadwerkelijk actie ondernamen tegen de bezetter en dat pal onder de neus van NSB-buren en nazikopstukken. 't Hooge Nest werd daardoor een symbool van verzet. Van Iperen beschrijft het waargebeurde verhaal van de twee zussen Brilleslijper en hun familieleden en zij doet dat zodanig dat de lezer zeer indringend verslag wordt gedaan van hoe de bezetter de Endlösung in Nederland implementeerde. 't Hooge Nest groeide uit tot een van de grootste onderduikadressen van Nederland en laat goed zien dat ook Joden zich daadwerkelijk hebben verzet. Uiteindelijk werden ook zij verraden en door de Jodenjagers van de Colonne Henneicke aan de Duitsers overgedragen. Met het allerlaatste transport uit Westerbork werden ze naar Auschwitz getransporteerd.

zondag 26 mei 2019

'Allen die gestorven zijn'

40#2019
Ake Edwardson
Een typisch Zweedse misdaadroman met een goed verteld verhaal, een spannend plot en met veel aandacht voor sociale problemen en verhoudingen, voor de omgeving en voor de menselijke kant van de zaak. Soms lijkt het alleen maar over de personen te gaan. Naarmate het verhaal vordert wordt steeds meer duidelijk hoe het verleden en de persoonlijkheid van Jonathan Wide met zijn bovenmatige drankgebruik een belangrijke rol spelen. Sommige verbanden gaan zelfs terug tot de Tweede Wereldoorlog in Denemarken. Volgens mij speelt dit in de jaren 90-tig. Wordt wat moe van de stijl van dit boek, warrig in mijn ogen.

Het is midzomer in Göteborg en snikheet zoals de stad nog nooit heeft meegemaakt. Iedereen is rusteloos, mensen wachten ongeduldig op de schemering en de koelte van de korte nacht. Voor één man komt die nacht nooit: hij wordt dood gevonden op een parkbankje, zijn rug doorstoken met een mes. De vermoorde man blijkt drugshandelaar zijn geweest. Zijn overlijden ontketent een reeks van gebeurtenissen. Wanneer ook privédetective Jonathan Wide, een complexe persoonlijkheid met alcoholproblemen, in zijn eigen huis wordt aangevallen, wordt die vervolgens bij het onderzoek betrokken. Wide was namelijk zelf ooit politieman, maar werd gedwongen die carrière te onderbreken. Nu moet hij samenwerken met commissaris Sten Ard, een man die veel meer dan hij in harmonie met het leven is. De zaak blijkt wortels te hebben in de Tweede Wereldoorlog, en algauw worden Wide en Ard geconfronteerd met mensen en gebeurtenissen uit een duister verleden – van hun land, maar ook van henzelf.


donderdag 23 mei 2019

Walvisvaart


Walvisvaart

Hij, de boerenzoon had er genoeg van. ’s Morgens uitgehongerd het veld in met twee plakken snijdpap* en de boodschap daar veldsla bij te plukken en te eten. Hij had er genoeg van om te koud gekleed in mist en kou tussen de kleine weides te varen in een vlet om de koeien te melken of te verplaatsen. Toen hij zeventien was pakte hij zijn schaarse bezittingen, groette zijn ouders en monsterde aan op een schip.
Gerrit Hendrikzoon uit Krommenie ging op walvisvaart. Avontuur èn geld verdienen. Het was 1645 en het viel hem niet mee. Het leven aan boord was hard. Het speksnijden en zouten, het koken van de traan en de stank daarvan. De kost was niet veel anders dan thuis, alleen de verdienste was beter. Opnieuw aanmonsteren dat ging hij. Geen boeren meer voor hem, maar varen. Het volgende seizoen ging hij weer mee. Gerrit was walvisvaarder.

Hij voer op Spitsbergen naar de nederzetting Smeerenburg waar in de zomer grote hoeveelheden Groenlandse walvissen tot traan werden verwerkt.  De Noordsche Compagnie had daar het alleenrecht in de eerste helft van de 17e eeuw. Toen dat alleenrecht verviel en iedereen op walvisjacht kon gaan werden de schepen ook uitgerust vanuit het Zaanse, onder andere vanuit Krommeniedijk.
Daar staat nog steeds een kleine kerk en daar hangt een votiefscheepje. Een beetje ongewoon in een protestantse kerk. De scheepvaart en speciaal de walvisvaart waren echter vol risico en gevaar en konden wel wat zegen gebruiken.
De schepen voor de walvisvaart moesten een breed dek hebben op te werken. Er werden fluitschepen gebruikt, een schip met een brede buik en een smal dek of bootschepen, grof maar breed om op te werken. Een fluitschip voer sneller naar huis en dat werd belangrijker toen de traan verwerkt ging worden aan de wal in de Zaanstreek. Die traankokerijen werden ook wel “stinkerijen” genoemd. De industrie rond de walvisvaart werd steeds uitgebreider met zeildoekweverijen, bakkerijen voor scheepsbeschuit en alles wat maar nodig was aan boord.

Na een aantal seizoenen kwam Gerrit verweerd en moe terug in Krommenie, maar hij had voldoende verdiend om in een zeildoekweverij te kunnen investeren en werd zo onderdeel van de industrie in de Zaanstreek. Hij stichtte een gezin en als we zijn patroniem** zouden weten was goed na te kijken of de familie nog steeds in de Zaanstreek woont.

*   afgekoelde stijve pap is snijdbaar
** achternaam

©Hannie Stork

maandag 20 mei 2019

'Het buitenhuis'

39#2019
Katie Fforde voor mij een onbekende. Zij blijkt prettige feelgood romans te schrijven. Dit is er een van. Fran, een kok uit Londen, arriveert in Gloucestershire om daar een boerderij van haar verre verwante, tante Amy, te runnen. Amy is heel oud en ze is van plan om de boerderij aan Fran na te laten als zij zes maanden lang goed presteert. Fran ziet dit voorstel als een welkome kans om haar leven te veranderen en ze is erg enthousiast. Ze maakt kennis met de werknemers en de buren, onderzoekt het grondgebied, observeert de koeien en gaat voortvarend aan de slag. Net als alles begint te draaien, verschijnt er een concurrent uit Australië die de boerderij wil overnemen. Het wordt een spannende strijd. Het verhaal wordt chronologisch gepresenteerd vanuit hij/zij perspectief en de lezer kijkt vooral door de ogen van Fran. Zij mist kennis van het functioneren van een boerderij. De lezer steekt hier veel van op aan de hand van informatieve gesprekken. Deze ongecompliceerde feelgoodroman laat op een levendige manier zien hoe een passie een zakelijk succes wordt.

vrijdag 17 mei 2019

'Dodelijke conclusies'

38#2019
Ik ben de tel kwijt van het aantal boeken over Brunetti. Ze lijken op elkaar, zijn toch net even verschillend en prettig snel leesbaar, zonder veel indruk na te laten. Dit is de twintigste 2001 waarvan ik mij niet kon herinneren deze al gelezen te hebben.

Commissario Brunetti wordt laat op de avond van een uitgebreide maaltijd weggeroepen omdat het lichaam van een vrouw is gevonden. Ze lijkt aan een hartaanval gestorven te zijn, maar na gesprekken met buren en familie vermoedt Brunetti dat er meer aan de hand is.
Met de hulp van inspecteur Vianello en de altijd scherpzinnige Signora Elettra gaat hij op onderzoek uit. De overleden vrouw blijkt onderdak geboden te hebben aan mishandelde vrouwen. Heeft een van hun gewelddadige mannen wraak op haar genomen? Of heeft de verdwijning van een paar zeer kostbare tekeningen ermee te maken? Brunetti probeert de tekeningen op te sporen, maar vrijwel iedereen die ze in handen heeft gehad is dood.

woensdag 15 mei 2019

'Het meisje op de rotsen'

37#2019
Lucinda Riley blijkt altijd pakkende boeken te schrijven. De lijnen gaan van nu naar vroeger en van links naar rechts om samen te komen op een prettige manier. Zo ook in dit boek.

Twee families voor altijd verbonden door een noodlottig besluit Grania Ryan is na tien jaar New York terug in haar geboortedorp in Ierland. Tijdens een wandeling langs de rotskust ontmoet ze de achtjarige Aurora. Grania ontdekt dat hun families met elkaar verweven zijn door één enkele wanhoopsdaad een eeuw geleden. Dit is het verhaal van een gedoemde liefde tijdens de oorlog, een relatie onder vuur in hedendaags New York, en het verhaal van Aurora, die als enige de band tussen de twee families kan herstellen - als ze daarvoor kiest...


'Vergelding'

45#2026 Vergelding - Michael Berg Het eerste deel was spannend genoeg om meteen door te lezen. Helaas komt deel 3 pas in sepember, want deze...